Taal
Nederlands
Niveau
B1
Eenheid
Negatie, vragen en speciale constructies
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

'Er' is een klein woordje in het Nederlands dat vaak wordt gebruikt als onderwerp, bij hoeveelheden, of in combinatie met voorzetsels. Het maakt zinnen natuurlijker en duidelijker.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik 'er' als je het over het bestaan van iets hebt, bij onbepaald onderwerp, bij hoeveelheden of in vaste combinaties met voorzetsels.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Er is een kat in de tuin.

Er zijn veel mensen op het feest.

Hoeveel boeken liggen er op tafel?

Er wordt hier niet gerookt.

Ik heb er drie.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen