Ik begrijp het niet.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Werkwoordtypen en diathese
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Ontrennbare werkwoorden zijn werkwoorden met een voorvoegsel dat je nooit van het werkwoord los schrijft. Het voorvoegsel blijft altijd aan het werkwoord vastzitten, ook bij vragen of in de voltooide tijd.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt deze werkwoorden als het voorvoegsel een vaste betekenis aan het werkwoord geeft. Het voorvoegsel verandert de betekenis en je schrijft het altijd samen met het werkwoord, ook in andere tijden of bij vragen.
Belangrijke vormen
- Het voorvoegsel blijft vast: bijvoorbeeld: 'be-', 'ge-', 'her-', 'ont-', 'ver-'
- Geen scheiding bij vragen of met hulpwerkwoorden: bijvoorbeeld: 'begrijpen', 'herhalen', 'ontkennen', 'vergeten'
Voorbeelden
Zij heeft het verhaal herhaald.
Wij vergeten vaak de tijd.
Hij ontkent zijn fout.
Jullie bezoeken de stad.
Tips
- Schrijf het voorvoegsel altijd vast aan het werkwoord, ook in vragen of in de voltooide tijd.
- Leer het hele werkwoord met betekenis, want het voorvoegsel verandert de betekenis vaak sterk.
- Let op: niet alle werkwoorden met een voorvoegsel zijn ontrennbaar; sommige zijn wel te scheiden.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden lijken op elkaar maar zijn wél te scheiden, zoals 'voorkomen' (ontrennbaar, gebeuren) en 'voor komen' (trennbaar, naar voren komen).