Voy a viajar mañana.
Nederlands: Ik ga morgen reizen.
In het Spaans zijn 'perífrasis verbales' werkwoordconstructies met twee of meer werkwoorden die samen een bijzondere betekenis geven, vaak over tijd, bedoeling of hoe een handeling gebeurt.
Gebruik perífrasis verbales om te praten over de nabije toekomst, verplichtingen, het recente verleden, het begin of de voortgang van een handeling en soortgelijke situaties. Ze helpen om aan te geven hoe en wanneer iets gebeurt.
Voy a viajar mañana.
Nederlands: Ik ga morgen reizen.
Tienes que hacer la tarea.
Nederlands: Je moet het huiswerk maken.
Acabamos de comer.
Nederlands: We hebben net gegeten.
Empieza a llover.
Nederlands: Het begint te regenen.
Sigo aprendiendo español.
Nederlands: Ik blijf Spaans leren.