Ich gehe heute ins Kino.
Nederlands: Ik ga vandaag naar de bioscoop.
De woordvolgorde in Duitse hoofd- (Hauptsätze) en bijzinnen (Nebensätze) is een belangrijke grammaticaregel. Het bepaalt waar het werkwoord en andere delen van de zin staan.
Gebruik de hoofdzinvolgorde voor zelfstandige zinnen en directe mededelingen. Gebruik de bijzinvolgorde als je woorden gebruikt als 'weil', 'dass', 'wenn', die twee ideeën verbinden.
Ich gehe heute ins Kino.
Nederlands: Ik ga vandaag naar de bioscoop.
Er sagt, dass er keine Zeit hat.
Nederlands: Hij zegt dat hij geen tijd heeft.
Wenn es regnet, bleibe ich zu Hause.
Nederlands: Als het regent, blijf ik thuis.
Sie kann nicht kommen, weil sie krank ist.
Nederlands: Ze kan niet komen omdat ze ziek is.