Ich gehe ins Kino, weil ich den Film sehen möchte.
Nederlands: Ik ga naar de bioscoop omdat ik de film wil zien.
Satzverknüpfungen mit Konnektoren in het Duits zijn verbindingswoorden waarmee je zinnen of zinsdelen aan elkaar koppelt. Zo kun je duidelijker en uitgebreider spreken of schrijven.
Gebruik deze verbindingswoorden in het Duits om redenen, tegenstellingen, voorwaarden of tijdsrelaties tussen twee zinnen aan te geven.
Ich gehe ins Kino, weil ich den Film sehen möchte.
Nederlands: Ik ga naar de bioscoop omdat ik de film wil zien.
Er lernt Deutsch, obwohl es schwierig ist.
Nederlands: Hij leert Duits hoewel het moeilijk is.
Wir bleiben zu Hause, wenn es regnet.
Nederlands: Wij blijven thuis als het regent.
Sie liest ein Buch und trinkt Tee.
Nederlands: Zij leest een boek en drinkt thee.
Ich mag keinen Kaffee, sondern Tee.
Nederlands: Ik houd niet van koffie, maar wel van thee.