Die am Tisch sitzenden Studenten lernen Deutsch.
Nederlands: De aan tafel zittende studenten leren Duits.
Participleconstructies in het Duits gebruiken deelwoorden (zoals 'gegangen' of 'lachend') om extra informatie toe te voegen aan een zin, waardoor de zin vaak korter en formeler wordt.
Gebruik participiumconstructies in het Duits om gelijktijdige handelingen te beschrijven, extra informatie over een zelfstandig naamwoord te geven, of om zinnen korter en formeler te maken. Ze komen vooral voor in geschreven Duits.
Die am Tisch sitzenden Studenten lernen Deutsch.
Nederlands: De aan tafel zittende studenten leren Duits.
Das auf dem Boden liegende Buch gehört mir.
Nederlands: Het op de grond liggende boek is van mij.
Von Freunden eingeladen, ging er zur Party.
Nederlands: Door vrienden uitgenodigd ging hij naar het feest.
Die schnell laufende Katze sprang auf den Baum.
Nederlands: De snel rennende kat sprong in de boom.
Im Park spazierend, traf ich meinen Lehrer.
Nederlands: Al wandelend in het park kwam ik mijn leraar tegen.