Taal
Duits
Niveau
A1
Eenheid
Adjektive und Zahlen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Bij de adjectiefverbuiging na het bepaald lidwoord in het Duits verandert de uitgang van het bijvoeglijk naamwoord als het na 'der', 'die' of 'das' komt. Dit geeft het geslacht, de naamval en het aantal van het zelfstandig naamwoord aan.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze vorm als een bijvoeglijk naamwoord direct na een bepaald lidwoord (der, die, das) en voor het zelfstandig naamwoord staat. Zo geef je het juiste geslacht, de naamval en het aantal aan.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Der rote Apfel ist lecker.

Nederlands: De rode appel is lekker.

Ich sehe die kleine Katze.

Nederlands: Ik zie de kleine kat.

Das neue Auto ist schnell.

Nederlands: De nieuwe auto is snel.

Wir kaufen die frischen Eier.

Nederlands: Wij kopen de verse eieren.

Tips

Verder verkennen