Der rote Apfel ist lecker.
Nederlands: De rode appel is lekker.
Bij de adjectiefverbuiging na het bepaald lidwoord in het Duits verandert de uitgang van het bijvoeglijk naamwoord als het na 'der', 'die' of 'das' komt. Dit geeft het geslacht, de naamval en het aantal van het zelfstandig naamwoord aan.
Gebruik deze vorm als een bijvoeglijk naamwoord direct na een bepaald lidwoord (der, die, das) en voor het zelfstandig naamwoord staat. Zo geef je het juiste geslacht, de naamval en het aantal aan.
Der rote Apfel ist lecker.
Nederlands: De rode appel is lekker.
Ich sehe die kleine Katze.
Nederlands: Ik zie de kleine kat.
Das neue Auto ist schnell.
Nederlands: De nieuwe auto is snel.
Wir kaufen die frischen Eier.
Nederlands: Wij kopen de verse eieren.