Taal
Duits
Niveau
A2
Eenheid
Fälle
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De datief is een naamval in het Duits die aangeeft wie het indirecte voorwerp is, dus wie iets ontvangt. Dit verandert de lidwoorden en soms de uitgangen van zelfstandige naamwoorden.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de datief in het Duits voor het indirecte voorwerp, na bepaalde voorzetsels ('mit', 'zu', 'bei', 'nach', 'aus', 'von', 'seit') en bij sommige werkwoorden die de datief vereisen.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich gebe dem Mann das Buch.

Nederlands: Ik geef het boek aan de man.

Sie hilft der Frau.

Nederlands: Zij helpt de vrouw.

Wir fahren mit dem Auto.

Nederlands: Wij rijden met de auto.

Das Kind spielt mit den Kindern.

Nederlands: Het kind speelt met de kinderen.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen