Der Hund läuft.
Nederlands: De hond rent.
De Nominativ is de basisvorm van zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden in het Duits. Het wordt gebruikt voor het onderwerp van de zin, dus degene die iets doet.
Gebruik de Nominativ voor het onderwerp van de zin, na het werkwoord 'sein' (zijn), en voor woorden die de actie uitvoeren.
Der Hund läuft.
Nederlands: De hond rent.
Die Katze schläft.
Nederlands: De kat slaapt.
Das Buch ist neu.
Nederlands: Het boek is nieuw.
Die Kinder spielen.
Nederlands: De kinderen spelen.