Taal
Frans
Niveau
A2
Eenheid
Prépositions
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Franse voorzetsels van plaats zijn woorden die aangeven waar iemand of iets zich bevindt ten opzichte van iets anders.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt deze Franse voorzetsels om te zeggen waar mensen, dieren of dingen zijn. Ze zijn handig bij het geven van aanwijzingen of het beschrijven van locaties.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Le chat est sous la table.

Nederlands: De kat is onder de tafel.

La voiture est devant la maison.

Nederlands: De auto staat voor het huis.

Le sac est entre la chaise et la porte.

Nederlands: De tas is tussen de stoel en de deur.

Mon école est près du parc.

Nederlands: Mijn school is dichtbij het park.

Le chien dort dans le jardin.

Nederlands: De hond slaapt in de tuin.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen