- Taal
- Frans
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Prépositions
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Franse voorzetsels van plaats zijn woorden die aangeven waar iemand of iets zich bevindt ten opzichte van iets anders.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt deze Franse voorzetsels om te zeggen waar mensen, dieren of dingen zijn. Ze zijn handig bij het geven van aanwijzingen of het beschrijven van locaties.
Belangrijke vormen
- sur (bijv.: Le livre est sur la table.)
- sous (bijv.: Le chat est sous la chaise.)
- dans (bijv.: Il est dans la maison.)
- devant (bijv.: La voiture est devant la porte.)
- derrière (bijv.: Le jardin est derrière la maison.)
- entre (bijv.: Le café est entre la banque et l’école.)
- à côté de (bijv.: Elle est à côté du magasin.)
- près de (bijv.: L’école est près du parc.)
- loin de (bijv.: Ma maison est loin de la ville.)
Voorbeelden
Le chat est sous la table.
Nederlands: De kat is onder de tafel.
La voiture est devant la maison.
Nederlands: De auto staat voor het huis.
Le sac est entre la chaise et la porte.
Nederlands: De tas is tussen de stoel en de deur.
Mon école est près du parc.
Nederlands: Mijn school is dichtbij het park.
Le chien dort dans le jardin.
Nederlands: De hond slaapt in de tuin.
Tips
- Na sommige voorzetsels gebruik je 'de' plus het bepaald lidwoord (bijv.: à côté du, près de la).
- Sommige voorzetsels veranderen afhankelijk van het geslacht en het aantal van het volgende zelfstandig naamwoord.
- Verwar 'dans' (binnenin) niet met 'sur' (erbovenop).
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij steden gebruik je vaak 'à' (bijv.: Je suis à Paris).
- Voor sommige landen gebruik je 'en', 'au' of 'aux', afhankelijk van geslacht en aantal (bijv.: en France, au Canada, aux États-Unis).