Taal
Frans
Niveau
A2
Eenheid
Prépositions
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Franse tijdspreposities zijn kleine woorden die aangeven wanneer iets gebeurt. Ze helpen je om te zeggen op welk moment, hoelang of sinds wanneer iets plaatsvindt.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voorzetsels om te praten over een tijdstip, datum, duur of beginpunt van een gebeurtenis. Ze zijn belangrijk om tijd, duur en deadlines uit te drukken in het Frans.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Le train part à 9h.

Nederlands: De trein vertrekt om 9 uur.

Je voyage en septembre.

Nederlands: Ik reis in september.

Nous sommes ici depuis 2010.

Nederlands: We zijn hier sinds 2010.

Je travaille pendant trois heures.

Nederlands: Ik werk drie uur lang.

Je reste jusqu'à dimanche.

Nederlands: Ik blijf tot zondag.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen