Je vais au travail en bus.
Nederlands: Ik ga met de bus naar het werk.
In het Frans gebruik je speciale voorzetsels om aan te geven met welk vervoermiddel je reist. Het voorzetsel hangt af van het soort transport.
Gebruik deze voorzetsels als je wilt zeggen hoe je ergens naartoe gaat (bijvoorbeeld met de auto, met de fiets, te voet).
Je vais au travail en bus.
Nederlands: Ik ga met de bus naar het werk.
Nous partons en avion.
Nederlands: Wij vertrekken met het vliegtuig.
Il va à l'école à vélo.
Nederlands: Hij gaat met de fiets naar school.
Elle se promène à pied.
Nederlands: Zij wandelt te voet.
Tu voyages en train.
Nederlands: Jij reist met de trein.
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Frans. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →