Taal
Frans
Niveau
A2
Eenheid
Prépositions
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Frans gebruik je speciale voorzetsels om aan te geven met welk vervoermiddel je reist. Het voorzetsel hangt af van het soort transport.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voorzetsels als je wilt zeggen hoe je ergens naartoe gaat (bijvoorbeeld met de auto, met de fiets, te voet).

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Je vais au travail en bus.

Nederlands: Ik ga met de bus naar het werk.

Nous partons en avion.

Nederlands: Wij vertrekken met het vliegtuig.

Il va à l'école à vélo.

Nederlands: Hij gaat met de fiets naar school.

Elle se promène à pied.

Nederlands: Zij wandelt te voet.

Tu voyages en train.

Nederlands: Jij reist met de trein.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen