Ik laat mijn haar knippen.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B2
- Eenheid
- Werkwoordstijden en modale constructies
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Causatieve constructies met 'laten' gebruik je in het Nederlands om aan te geven dat iemand een ander iets laat doen of toestaat dat iets gebeurt.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik 'laten' als je wilt aangeven dat je iemand toestaat iets te doen, of dat je regelt dat iemand anders iets voor je doet. Dit komt vaak voor bij diensten of wanneer je toestemming geeft.
Belangrijke vormen
- 'laten' + infinitief (hoofdwerkwoord achteraan)
- Onderwerp + laten + object + infinitief
- Voorbeeld: Ik laat mijn broer mijn fiets repareren.
Voorbeelden
Zij laat haar kinderen buiten spelen.
We laten de auto repareren.
Hij laat zijn hond uit.
Tips
- Het hoofdwerkwoord staat achteraan in de infinitief.
- 'Laten' betekent dat iemand anders de handeling uitvoert, niet jijzelf.
- Het object (degene die de actie uitvoert) staat direct na 'laten'.
Uitzonderingen en randgevallen
- In passieve zinnen wordt 'laten' zelden gebruikt.
- Bij wederkerende werkwoorden kan de zinsvolgorde veranderen.