Taal
Nederlands
Niveau
B2
Eenheid
Bijzinnen en samengestelde zinnen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Bijzinnen zijn zinnen die niet zelfstandig kunnen staan. Woorden als 'omdat', 'hoewel', 'terwijl', 'zodat', 'doordat', 'als', 'wanneer' en 'toen' leiden een bijzin in. Dit zijn onderschikkende voegwoorden.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voegwoorden om twee zinnen te verbinden en een reden, tegenstelling, tijd, oorzaak, gevolg of voorwaarde aan te geven. Het werkwoord staat in de bijzin altijd achteraan.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik ga naar huis omdat ik moe ben.

Hoewel het laat is, werken we verder.

Terwijl hij leest, drinkt hij koffie.

Ik studeer hard zodat ik de toets haal.

Als het regent, neem ik een paraplu mee.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen