Ik heb een hondje.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Zelfstandige naamwoorden en hoeveelheden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Een verkleinwoord in het Nederlands is een speciale vorm van een zelfstandig naamwoord die aangeeft dat iets klein, schattig of informeel is.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik verkleinwoorden om te praten over kleine dingen, om vriendelijk of informeel te klinken, of als je met kinderen praat. Soms maken verkleinwoorden de boodschap zachter.
Belangrijke vormen
- Meeste woorden: voeg -je toe (boek → boekje)
- Woorden eindigend op -m, -n, -l, -r: vaak -pje of -tje (boom → boompje, stoel → stoeltje)
- Woorden eindigend op -ing: voeg -etje toe (woning → woninkje)
- Woorden eindigend op een klinker: voeg -tje toe (auto → autootje)
Voorbeelden
Wil je een kopje koffie?
Het meisje speelt met haar poppetje.
In de tuin staat een boompje.
Mag ik een koekje?
Tips
- Alle verkleinwoorden zijn het-woorden, ook als het gewone woord een de-woord is.
- Het meervoud van een verkleinwoord krijgt -s (boekje → boekjes).
- Let op spellingveranderingen, vooral bij dubbele klinkers of medeklinkers.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige woorden veranderen van spelling, zoals 'glas' → 'glaasje'.
- Enkele woorden hebben een onregelmatig verkleinwoord, zoals 'kind' → 'kindje'.