Ik heb twee boeken.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Zelfstandige naamwoorden en hoeveelheden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Het meervoud van zelfstandige naamwoorden is de vorm die aangeeft dat er meer dan één persoon, dier, ding of idee is. In het Nederlands verandert het woord meestal aan het einde om het meervoud te maken.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik het meervoud als je in het Nederlands over meerdere mensen, dieren of dingen praat.
Belangrijke vormen
- De meeste woorden krijgen -en: boek → boeken
- Sommige woorden krijgen -s: auto → auto's
- Woorden op -el, -em, -en, -er, -aar, -ier, -eur, -or krijgen vaak -s: tafel → tafels
- Let op klinker- of spellingveranderingen: man → mannen
Voorbeelden
De kinderen spelen buiten.
Er staan drie auto's op de straat.
De honden slapen.
Mijn vrienden komen morgen.
Tips
- De meeste meervoudsvormen eindigen op -en of -s, maar nooit allebei.
- Let op dubbele medeklinkers of veranderingen in klinkers bij het toevoegen van -en.
- Woorden die eindigen op een klinker krijgen meestal -'s (met apostrof) voor de uitspraak.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige woorden hebben een onregelmatig meervoud, zoals kind → kinderen of ei → eieren.
- Een paar woorden veranderen niet in het meervoud, zoals het meisje → de meisjes.