Taal
Nederlands
Niveau
B1
Eenheid
Zelfstandige naamwoorden en hoeveelheden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het meervoud van zelfstandige naamwoorden is de vorm die aangeeft dat er meer dan één persoon, dier, ding of idee is. In het Nederlands verandert het woord meestal aan het einde om het meervoud te maken.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik het meervoud als je in het Nederlands over meerdere mensen, dieren of dingen praat.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik heb twee boeken.

De kinderen spelen buiten.

Er staan drie auto's op de straat.

De honden slapen.

Mijn vrienden komen morgen.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen