Taal
Nederlands
Niveau
B1
Eenheid
Tijden en werkwoordsvormen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

De voltooide tijd (perfectum) gebruik je in het Nederlands om te praten over gebeurtenissen of handelingen die al zijn gebeurd. Het is een veelgebruikte verleden tijd, vooral in gesprekken.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt de voltooide tijd als het resultaat van de handeling belangrijk is voor nu, of als het niet belangrijk is wanneer het precies gebeurde. Het wordt vaak gebruikt voor ervaringen, recente gebeurtenissen of afgeronde acties.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ik heb een boek gelezen.

We zijn naar Amsterdam gegaan.

Hij heeft zijn huiswerk gemaakt.

Jullie hebben goed gewerkt.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen