Ik weet dat jij thuis bent.
- Taal
- Nederlands
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Bijzinnen en voegwoorden
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Een bijzin met 'dat' is een zin die extra informatie geeft en begint met het woord 'dat'. Deze bijzin volgt meestal op een hoofdzin waarin iemand iets zegt, denkt of vindt.
Wanneer je het gebruikt
Je gebruikt deze structuur om te vertellen wat iemand zegt, denkt, weet of vindt. Het komt vaak voor na werkwoorden zoals 'zeggen', 'denken', 'weten' en 'vinden'.
Belangrijke vormen
- Hoofdzin + dat + bijzin
- Ik denk dat hij komt.
- Zij zegt dat het regent.
Voorbeelden
Hij zegt dat hij morgen komt.
We hopen dat het mooi weer wordt.
Zij denkt dat het te laat is.
Tips
- In een bijzin met 'dat' staat het werkwoord aan het einde van de zin.
- Zet geen komma voor 'dat'.
- Gebruik 'dat' alleen bij een bijzin die geen directe vraag is.
Uitzonderingen en randgevallen
- Als de hoofdzin een vraag is, gebruik je meestal geen 'dat'.
- Bij sommige werkwoorden gebruik je 'of' in plaats van 'dat' als je onzekerheid uitdrukt.