Taal
Nederlands
Niveau
B1
Eenheid
Voornaamwoorden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Betrekkelijke voornaamwoorden zijn woorden zoals 'die', 'dat', 'wie' en 'wat', die twee zinnen met elkaar verbinden door te verwijzen naar een zelfstandig naamwoord of een idee. Ze worden gebruikt om extra informatie te geven over iets of iemand.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt betrekkelijke voornaamwoorden in het Nederlands om twee zinnen aan elkaar te koppelen, waarbij de tweede zin meer informatie geeft over een woord of idee uit de eerste zin.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

De man die daar loopt is mijn buurman.

Het boek dat ik lees is spannend.

Ik heb iets wat jij nodig hebt.

De mensen die hier wonen zijn vriendelijk.

Degene wie ik bedoel is niet hier.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen