Taal
Nederlands
Niveau
B1
Eenheid
Voornaamwoorden
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Aanwijzende voornaamwoorden zijn woorden die je gebruikt om iets of iemand aan te wijzen, zoals 'dit', 'dat', 'deze' en 'die'.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt aanwijzende voornaamwoorden om duidelijk te maken over welk specifiek persoon of object je het hebt. Ze geven aan of iets dichtbij of ver weg is.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Dit boek is interessant.

Die man woont daar.

Deze appels zijn vers.

Dat huis is oud.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen