Taal
Frans
ERK-niveau
A1
Thema
Vie Quotidienne et Activités
Gekoppelde cursus
Frans A1

Kernwoorden

Voorbeelden binnen het onderwerp

Il porte un t-shirt bleu.

Nederlands: Hij draagt een blauw T-shirt.

Il porte des vêtements noirs aujourd'hui.

Nederlands: Hij draagt vandaag zwarte kleren.

Ils portent souvent des jeans.

Nederlands: Ze dragen vaak jeans.

Je porte une chaussure noire.

Nederlands: Ik draag een zwarte schoen.

Verder verkennen