Taal
Frans
ERK-niveau
A1
Thema
Vie Quotidienne et Activités
Gekoppelde cursus
Frans A1

Kernwoorden

Verhaal

Le soir dans le salon de Manon

  1. Ce soir, dans le salon de Manon, la télévision est encore éteinte.

    Vanavond is de televisie in de woonkamer van Manon nog uit.

  2. Elle veut regarder un film tranquille avec Lucas et Maman.

    Ze wil rustig een film kijken met Lucas en mama.

  3. Il y a un grand canapé devant l'écran.

    Er staat een grote bank voor het scherm.

  4. Mais la télécommande a disparu.

    Maar de afstandsbediening is verdwenen.

  5. Manon cherche sur la table et sous le canapé.

    Manon zoekt op tafel en onder de bank.

  6. Il y a des sur le tapis et sur les chaises.

    Er liggen dingen op het kleed en op de stoelen.

  7. Elle soulève un T-shirt rouge et un short bleu.

    Ze tilt een rood T-shirt en een blauwe short op.

  8. Lucas rit et montre un jean roulé en boule.

    Lucas lacht en laat een opgerolde spijkerbroek zien.

  9. Maman l'aide et lève une veste posée sur le bras du canapé.

    Mama helpt en pakt een jas op die op de arm van de bank ligt.

  10. Sous le canapé, il y a des et une toute seule.

    Onder de bank liggen 'des' en één helemaal alleen.

  11. Manon trouve les de Maman sur un coussin.

    Manon vindt mama's spullen op een kussen.

  12. Lucas sort une gomme d'un livre.

    Lucas haalt een gum uit een boek.

  13. Il montre aussi un petit canard en qui a glissé sous le rideau.

    Hij laat ook een klein eendje zien dat onder het gordijn is geglipt.

  14. Enfin, la télécommande est dans la botte, tout au fond.

    Eindelijk zit de afstandsbediening in de laars, helemaal onderin.

  15. Manon sourit et allume la télévision.

    Manon glimlacht en zet de televisie aan.

  16. Maman apporte des et quelques dans le salon.

    Mama brengt wat spullen in de woonkamer.

  17. Tous les trois s'assoient sur le canapé et regardent calmement.

    Met z'n drieën gaan ze op de bank zitten en kijken rustig.

  18. Le salon est tranquille, et les vêtements vont dans un panier demain.

    De woonkamer is rustig, en de kleren gaan morgen in een mand.

Voorbeelden binnen het onderwerp

Il porte un t-shirt bleu.

Nederlands: Hij draagt een blauw T-shirt.

Il porte des vêtements noirs aujourd'hui.

Nederlands: Hij draagt vandaag zwarte kleren.

Ils portent souvent des jeans.

Nederlands: Ze dragen vaak jeans.

Je porte une chaussure noire.

Nederlands: Ik draag een zwarte schoen.

Verder verkennen

Speel SmartWords-spellen

Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.

Open de spelhub →
  • Word Sling illustration

    Word Sling

    Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.

    Speel nu →
  • Word Gate illustration

    Word Gate

    Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.

    Speel nu →
  • Word Ninja illustration

    Word Ninja

    Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.

    Speel nu →
  • Word Zip illustration

    Word Zip

    Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.

    Speel nu →
  • Word Oddity illustration

    Word Oddity

    Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.

    Speel nu →
  • Word Memory illustration

    Word Memory

    Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.

    Speel nu →