Taal
Engels
ERK-niveau
A1
Thema
Everyday Nouns
Gekoppelde cursus
Engels A1

Kernwoorden

Voorbeelden binnen het onderwerp

The chair has an arm.

Nederlands: De stoel heeft een armleuning.

The chair is on a leg.

Nederlands: De stoel staat op een poot.

The shirt is white.

Nederlands: Het shirt is wit.

The sock is on floor.

Nederlands: De sok ligt op de vloer.

Verder verkennen