- Taal
- Engels
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Verb Tenses: Present and Past
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De simple present is een Engelse tijd. Je gebruikt het om te praten over gewoontes, feiten of dingen die altijd waar zijn.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de simple present voor gewoontes, routines, algemene waarheden en feiten.
Belangrijke vormen
- I/You/We/They + stam van het werkwoord (bijv: I eat, They play)
- He/She/It + stam + -s (bijv: She eats, He plays)
Voorbeelden
I live in London.
Nederlands: Ik woon in Londen.
She plays football.
Nederlands: Zij speelt voetbal.
We go to school every day.
Nederlands: Wij gaan elke dag naar school.
The sun rises in the east.
Nederlands: De zon komt op in het oosten.
Tips
- Vergeet niet -s of -es toe te voegen bij he, she of it.
- Gebruik geen 'am', 'is' of 'are' bij gewone werkwoorden in de simple present.
- Gebruik 'do' of 'does' voor vragen en ontkenningen.
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij werkwoorden eindigend op een medeklinker + -y, wordt -y → -ies (bijv: study → studies).
- Sommige werkwoorden zijn onregelmatig (bijv: have → has).