- Taal
- Engels
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Nouns and Articles
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Engels zijn lidwoorden kleine woorden vóór een zelfstandig naamwoord. Ze geven aan of je over iets specifieks of iets algemeens praat.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik 'a' of 'an' als je het over iets voor het eerst hebt of over iets niet-specifieks. Gebruik 'the' als je het over iets specifieks of bekends hebt.
Belangrijke vormen
- 'a' (voor woorden die beginnen met een medeklinkerklank): a cat
- 'an' (voor woorden die beginnen met een klinkerklank): an apple
- 'the' (voor iets specifieks): the book
Voorbeelden
I have a dog.
Nederlands: Ik heb een hond.
She is eating an orange.
Nederlands: Zij eet een sinaasappel.
The sun is bright.
Nederlands: De zon is fel.
He found a book on the table.
Nederlands: Hij vond een boek op de tafel.
Tips
- Gebruik 'a' voor woorden die beginnen met een medeklinkerklank (a car, a house).
- Gebruik 'an' voor woorden die beginnen met een klinkerklank (an egg, an hour).
- Gebruik meestal geen lidwoord bij meervoud of ontelbare zelfstandige naamwoorden als je in het algemeen spreekt (bijv. 'Dogs are friendly.').
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige woorden beginnen met een stille 'h', daarom gebruik je 'an' (an hour).
- Sommige woorden beginnen met een klinkerletter, maar klinken als een medeklinker, dus gebruik je 'a' (a university).