I have a dog.
Nederlands: Ik heb een hond.
In het Engels zijn lidwoorden kleine woorden vóór een zelfstandig naamwoord. Ze geven aan of je over iets specifieks of iets algemeens praat.
Gebruik 'a' of 'an' als je het over iets voor het eerst hebt of over iets niet-specifieks. Gebruik 'the' als je het over iets specifieks of bekends hebt.
I have a dog.
Nederlands: Ik heb een hond.
She is eating an orange.
Nederlands: Zij eet een sinaasappel.
The sun is bright.
Nederlands: De zon is fel.
He found a book on the table.
Nederlands: Hij vond een boek op de tafel.
De gekozen woordenschat-, grammatica- en uitspraakpagina van vandaag voor Engels. Bewaar deze sectie — hij wordt elke dag bijgewerkt.
Abonneer je op dagelijkse SmartWords-keuzes. Kies de onderwerpen die je wilt — we sturen één kort e-mailtje per dag.
Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.
Open de spelhub →
Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.
Speel nu →
Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.
Speel nu →
Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.
Speel nu →
Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.
Speel nu →
Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.
Speel nu →
Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.
Speel nu →