Taal
Engels
Niveau
A1
Eenheid
Prepositions
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Voorzetsels van plaats zijn Engelse woorden die aangeven waar iemand of iets is.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voorzetsels in het Engels om te vertellen waar mensen, dieren of dingen zich bevinden. Bijvoorbeeld om te zeggen waar je tas is, of waar iemand staat.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

The cat is in the box.

Nederlands: De kat zit in de doos.

The book is on the table.

Nederlands: Het boek ligt op de tafel.

The ball is under the chair.

Nederlands: De bal ligt onder de stoel.

The lamp is next to the bed.

Nederlands: De lamp staat naast het bed.

The bank is between the school and the park.

Nederlands: De bank is tussen de school en het park.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen