- Taal
- Engels
- Niveau
- A1
- Eenheid
- Prepositions
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Voorzetsels van plaats zijn Engelse woorden die aangeven waar iemand of iets is.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze voorzetsels in het Engels om te vertellen waar mensen, dieren of dingen zich bevinden. Bijvoorbeeld om te zeggen waar je tas is, of waar iemand staat.
Belangrijke vormen
- 'in' (The cat is in the box.)
- 'on' (The book is on the table.)
- 'under' (The ball is under the chair.)
- 'next to' (The lamp is next to the bed.)
- 'between' (The bank is between the school and the park.)
- 'behind' (The dog is behind the door.)
- 'in front of' (The car is in front of the house.)
Voorbeelden
The cat is in the box.
Nederlands: De kat zit in de doos.
The book is on the table.
Nederlands: Het boek ligt op de tafel.
The ball is under the chair.
Nederlands: De bal ligt onder de stoel.
The lamp is next to the bed.
Nederlands: De lamp staat naast het bed.
The bank is between the school and the park.
Nederlands: De bank is tussen de school en het park.
Tips
- Gebruik 'in' voor iets dat binnenin is, 'on' voor iets op een oppervlak en 'under' voor eronder.
- Let op samengestelde voorzetsels zoals 'next to' en 'in front of'.
- Verwar 'in' en 'on' niet: 'in the box' (binnen), 'on the table' (erbovenop).
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij vervoermiddelen gebruik je vaak 'on' (on the bus, on the train), ook als het geen oppervlak is.
- Voor sommige gebouwen kun je 'in' of 'at' gebruiken (in the hospital / at the hospital).