Taal
Engels
Niveau
A1
Eenheid
There is and there are
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Met ‘there is’ en ‘there are’ geef je in het Engels aan dat iets bestaat of aanwezig is op een plek.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik ‘there is’ voor één ding en ‘there are’ voor meer dan één ding. Je gebruikt deze vormen om te zeggen wat er ergens is of om iets nieuws te introduceren.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

There is a book on the table.

Nederlands: Er ligt een boek op de tafel.

There are two apples in the basket.

Nederlands: Er liggen twee appels in de mand.

There is a dog in the garden.

Nederlands: Er is een hond in de tuin.

There are many students in the classroom.

Nederlands: Er zijn veel leerlingen in het klaslokaal.

Tips

Verder verkennen