Taal
Engels
ERK-niveau
A1
Thema
Everyday Life and Activities
Gekoppelde cursus
Engels A1

Kernwoorden

Verhaal

Ava's Cozy Night and the Missing Shoe

  1. It is evening in Ava's living room.

    Het is avond in de woonkamer van Ava.

  2. She wants to get ready and relax.

    Ze wil zich klaarmaken en ontspannen.

  3. There are clothes on the sofa.

    Er liggen kleren op de bank.

  4. Ava holds her favorite t-shirt and smiles.

    Ava houdt haar favoriete T-shirt vast en glimlacht.

  5. She also picks shorts and jeans.

    Ze kiest ook een korte broek en een spijkerbroek.

  6. Mom Mia brings a warm jacket for tomorrow.

    Mama Mia brengt een warme jas voor morgen.

  7. By the door, there are boots, but one shoe is missing.

    Bij de deur staan laarzen, maar er ontbreekt één schoen.

  8. Ava looks under the sofa for it.

    Ava zoekt er onder de bank naar.

  9. Liam brings a bowl of chips and a plate of fries.

    Liam brengt een kom chips en een bord friet.

  10. They turn on the television and sit down.

    Ze zetten de televisie aan en gaan zitten.

  11. Ava puts on her glasses to see better.

    Ava zet haar bril op om beter te zien.

  12. She reaches under the sofa and finds a pink eraser and a small rubber ball.

    Ze reikt onder de bank en vindt een roze gum en een klein rubberen balletje.

  13. Behind the cushion, there is the missing shoe.

    Achter het kussen ligt de ontbrekende schoen.

  14. She smiles and hugs it to her chest.

    Ze glimlacht en drukt het tegen haar borst.

  15. Ava sets her outfit on the chair.

    Ava legt haar kleding op de stoel.

  16. They watch a quiet, funny show together.

    Ze kijken samen naar een rustige, grappige show.

  17. The room is calm, and everyone smiles.

    De kamer is rustig, en iedereen glimlacht.

  18. Soon, it is bedtime, and the house rests.

    Al snel is het bedtijd en het huis rust.

Voorbeelden binnen het onderwerp

He wears a blue t-shirt.

Nederlands: Hij draagt een blauw T-shirt.

He wears black clothes today.

Nederlands: Hij draagt vandaag zwarte kleren.

They wear jeans often.

Nederlands: Ze dragen vaak jeans.

I wear a black shoe.

Nederlands: Ik draag een zwarte schoen.

Verder verkennen

Speel SmartWords-spellen

Zes woordspellen gebouwd op onze echte woordenschat — gratis in de browser, geen installatie nodig.

Open de spelhub →
  • Word Sling illustration

    Word Sling

    Match het middelste woord onder tijdsdruk en houd je combo vast.

    Speel nu →
  • Word Gate illustration

    Word Gate

    Vlieg door de juiste poort voordat de snelheid opvoert.

    Speel nu →
  • Word Ninja illustration

    Word Ninja

    Snijd de woorden in de doeltaal, ontwijk de afleider in de hoofdtaal en ga voor het aangekondigde bonusdoel.

    Speel nu →
  • Word Zip illustration

    Word Zip

    Volg één pad over het bord, raak elk letterankerpunt op volgorde en vul elk open vakje.

    Speel nu →
  • Word Oddity illustration

    Word Oddity

    Kies het woord dat niet past uit een thematische set — elke tik toont meteen alle vier betekenissen en afbeeldingen, zodat de ronde ook een flashcard wordt.

    Speel nu →
  • Word Memory illustration

    Word Memory

    Draai kaarten om en koppel woorden in de doeltaal aan hun betekenis in de hoofdtaal voordat je levens op zijn.

    Speel nu →