I am a student.
Nederlands: Ik ben een student.
Het Engelse werkwoord 'to be' is heel belangrijk. Je gebruikt het om te zeggen wie of wat iets is, om mensen of dingen te beschrijven, en om te praten over leeftijd, gevoelens of locaties.
Gebruik 'to be' in het Engels om jezelf of anderen voor te stellen, dingen te beschrijven, te zeggen waar iets is, of om gevoelens of leeftijd uit te drukken.
I am a student.
Nederlands: Ik ben een student.
She is happy.
Nederlands: Zij is blij.
We are friends.
Nederlands: Wij zijn vrienden.
It is cold.
Nederlands: Het is koud.