She is my friend.
Nederlands: Zij is mijn vriendin.
Onderwerpsvoornaamwoorden in het Engels zijn woorden zoals I, you, he, she, it, we, they. Ze geven aan wie de actie in de zin doet.
Je gebruikt onderwerpsvoornaamwoorden in het Engels om aan te geven wie iets doet. Ze staan altijd aan het begin van de zin en vervangen de naam van een persoon of ding.
She is my friend.
Nederlands: Zij is mijn vriendin.
We like music.
Nederlands: Wij houden van muziek.
They are at school.
Nederlands: Zij zijn op school.
It is raining.
Nederlands: Het regent.