El libro que leí es interesante.
Nederlands: Het boek dat ik gelezen heb is interessant.
Geavanceerd gebruik van Spaanse betrekkelijke voornaamwoorden helpt je om zinnen te verbinden en extra informatie te geven over personen, dingen of ideeën. Deze voornaamwoorden zijn onder andere 'que', 'cual', 'quien' en 'cuyo'.
Gebruik Spaanse betrekkelijke voornaamwoorden om twee zinnen samen te voegen, extra informatie te geven of om precies aan te geven over wie of wat je het hebt. Geavanceerde vormen zorgen voor meer precisie, formaliteit of verwijzen naar een hele situatie.
El libro que leí es interesante.
Nederlands: Het boek dat ik gelezen heb is interessant.
La persona a quien llamé no contestó.
Nederlands: De persoon die ik gebeld heb, nam niet op.
La casa en la que vivo es antigua.
Nederlands: Het huis waarin ik woon is oud.
El profesor, cuyo coche es rojo, llegó tarde.
Nederlands: De leraar, wiens auto rood is, kwam te laat.