Taal
Spaans
Niveau
B2
Eenheid
Pronombres y estructuras relativas
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Geavanceerd gebruik van Spaanse betrekkelijke voornaamwoorden helpt je om zinnen te verbinden en extra informatie te geven over personen, dingen of ideeën. Deze voornaamwoorden zijn onder andere 'que', 'cual', 'quien' en 'cuyo'.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik Spaanse betrekkelijke voornaamwoorden om twee zinnen samen te voegen, extra informatie te geven of om precies aan te geven over wie of wat je het hebt. Geavanceerde vormen zorgen voor meer precisie, formaliteit of verwijzen naar een hele situatie.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

El libro que leí es interesante.

Nederlands: Het boek dat ik gelezen heb is interessant.

La persona a quien llamé no contestó.

Nederlands: De persoon die ik gebeld heb, nam niet op.

La casa en la que vivo es antigua.

Nederlands: Het huis waarin ik woon is oud.

El profesor, cuyo coche es rojo, llegó tarde.

Nederlands: De leraar, wiens auto rood is, kwam te laat.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen