Antes de salir, revisa tus cosas.
Nederlands: Voordat je weggaat, controleer je spullen.
In het Spaans zijn 'formas no personales del verbo' werkwoordsvormen die niet veranderen met het onderwerp of de tijd. In bijzinnen gebruik je deze vormen (infinitief, gerundio, participio) om ideeën te verbinden zonder een volledig vervoegd werkwoord te gebruiken.
Deze vormen worden in het Spaans gebruikt om acties uit te drukken die verband houden met het hoofdwerkwoord, zoals doel, oorzaak, voorwaarde of tijd. Ze komen vaak voor na een voorzetsel of als het onderwerp in beide zinnen hetzelfde is.
Antes de salir, revisa tus cosas.
Nederlands: Voordat je weggaat, controleer je spullen.
Al terminar de comer, nos fuimos.
Nederlands: Toen we klaar waren met eten, gingen we weg.
Viendo la lluvia, decidimos quedarnos en casa.
Nederlands: Toen we de regen zagen, besloten we thuis te blijven.
He visto a Juan corriendo en el parque.
Nederlands: Ik heb Juan in het park zien rennen.
Terminada la reunión, todos se marcharon.
Nederlands: Toen de vergadering voorbij was, gingen iedereen weg.