Taal
Spaans
Niveau
B1
Eenheid
Pronombres
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Indirecte objectpronomen in het Spaans zijn korte woorden (me, te, le, nos, os, les) die aangeven aan wie of voor wie de handeling van het werkwoord wordt uitgevoerd.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voornaamwoorden om aan te geven aan wie of voor wie iets wordt gegeven, verteld, gestuurd of getoond. Ze komen vaak voor bij werkwoorden als 'dar' (geven), 'decir' (zeggen/vertellen), 'enviar' (sturen) en 'mostrar' (tonen).

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Le doy el libro.

Nederlands: Ik geef hem/haar het boek.

Nos escriben una carta.

Nederlands: Ze schrijven ons een brief.

Te cuento una historia.

Nederlands: Ik vertel jou een verhaal.

Les enviamos flores.

Nederlands: We sturen hen bloemen.

Me muestran la casa.

Nederlands: Ze laten mij het huis zien.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen