Taal
Duits
Niveau
B2
Eenheid
Verb-Präposition- und Reflexivstrukturen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Reflexieve werkwoorden met een voorzetsel in het Duits zijn werkwoorden die altijd met een wederkerend voornaamwoord (zoals 'sich') en een vast voorzetsel worden gebruikt. Het voorzetsel bepaalt meestal de naamval van het volgende woord.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze structuur als je wilt aangeven dat iemand iets voor zichzelf doet en het werkwoord altijd met een bepaald voorzetsel wordt gebruikt. De betekenis kan veranderen afhankelijk van het voorzetsel.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich freue mich auf das Wochenende.

Nederlands: Ik verheug me op het weekend.

Er interessiert sich für Kunst.

Nederlands: Hij interesseert zich voor kunst.

Sie erinnert sich an den Urlaub.

Nederlands: Zij herinnert zich de vakantie.

Wir unterhalten uns über das Wetter.

Nederlands: Wij praten over het weer.

Du kümmerst dich um die Kinder.

Nederlands: Jij zorgt voor de kinderen.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen