Taal
Duits
Niveau
B2
Eenheid
Verb-Präposition- und Reflexivstrukturen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Pronominaladverbien zijn speciale Duitse woorden die bestaan uit 'da-' of 'wo-' en een voorzetsel. Ze vervangen dingen of ideeën (nooit personen) in een zin, vooral na een voorzetsel.

Wanneer je het gebruikt

Je gebruikt pronominaladverbien om te verwijzen naar iets dat al genoemd is, vooral na een voorzetsel. Ze worden vaak gebruikt met werkwoorden die een voorzetsel nodig hebben en in vragen of antwoorden over dingen (niet over personen).

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich warte darauf.

Nederlands: Ik wacht daarop.

Womit schreibst du?

Nederlands: Waarmee schrijf je?

Wir sprechen darüber.

Nederlands: Wij praten daarover.

Worauf freust du dich?

Nederlands: Waarop verheug jij je?

Dafür interessiere ich mich.

Nederlands: Daarvoor interesseer ik me.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen