Taal
Duits
Niveau
A2
Eenheid
Verben und Verbformen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

In het Duits gebruiken sommige werkwoorden altijd de datief voor hun object. Dit betekent dat de persoon of het ding dat de actie ondergaat in de datief staat, niet in de accusatief.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de datief na bepaalde werkwoorden, zoals 'helfen', 'danken', 'gratulieren', 'gefallen' en 'gehören'. Deze werkwoorden krijgen altijd een object in de datief.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich helfe meinem Bruder.

Nederlands: Ik help mijn broer.

Sie dankt dem Lehrer.

Nederlands: Zij bedankt de leraar.

Wir gratulieren der Frau.

Nederlands: Wij feliciteren de vrouw.

Das Buch gehört mir.

Nederlands: Het boek is van mij.

Der Film gefällt dem Kind.

Nederlands: Het kind vindt de film leuk.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen