- Taal
- Duits
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Verben und Verbformen
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Untrennbare Verben zijn Duitse werkwoorden met een voorvoegsel dat nooit loskomt van het werkwoord. Het voorvoegsel blijft altijd vastzitten, waar het werkwoord ook in de zin staat.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze werkwoorden voor handelingen of processen met een vaste betekenis. Ze beginnen vaak met be-, ent-, er-, ge-, miss-, ver-, zer-.
Belangrijke vormen
- Voorvoegsel + Werkwoord (bijv. 'verstehen', 'bekommen', 'entdecken')
- Het voorvoegsel wordt nooit losgekoppeld.
- In de tegenwoordige en voltooide tijd blijft het voorvoegsel vast.
Voorbeelden
Ich verstehe die Frage.
Nederlands: Ik begrijp de vraag.
Er bekommt ein Geschenk.
Nederlands: Hij krijgt een cadeau.
Sie entdeckt eine neue Stadt.
Nederlands: Zij ontdekt een nieuwe stad.
Wir besuchen unsere Freunde.
Nederlands: Wij bezoeken onze vrienden.
Tips
- Het voorvoegsel wordt nooit losgemaakt, ook niet bij vragen of in de voltooide tijd.
- In de voltooide tijd krijgt het werkwoord geen extra 'ge-' ervoor. Bijvoorbeeld: 'Ich habe verstanden.'
- Let op: Sommige voorvoegsels kunnen soms wel of niet loskomen (zoals 'über-'), afhankelijk van de betekenis.
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige werkwoorden met deze voorvoegsels kunnen in een andere betekenis wel losgemaakt worden. Let altijd op de context.