- Taal
- Duits
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Verben und Verbformen
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
In het Duits zijn trennbare Verben werkwoorden met een voorvoegsel dat loskomt en aan het einde van de hoofdzin staat.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze werkwoorden voor dagelijkse handelingen zoals opstaan, boodschappen doen, iemand bellen of iets sluiten.
Belangrijke vormen
- Voorvoegsel + werkwoord (bijv. aufstehen)
- In een hoofdzin: voorvoegsel aan het einde (Ich stehe auf.)
- Met een modaal werkwoord of infinitief: voorvoegsel blijft vast (Ich will aufstehen.)
Voorbeelden
Ich stehe um sieben Uhr auf.
Nederlands: Ik sta om zeven uur op.
Wir kaufen im Supermarkt ein.
Nederlands: Wij doen boodschappen in de supermarkt.
Er ruft seine Mutter an.
Nederlands: Hij belt zijn moeder op.
Kannst du bitte das Fenster zumachen?
Nederlands: Kun je alsjeblieft het raam dichtdoen?
Tips
- Zet het voorvoegsel altijd aan het einde in een hoofdzin.
- Bij modale werkwoorden blijft het werkwoord aan elkaar.
- Niet alle voorvoegsels zijn scheidbaar; let goed op!
Uitzonderingen en randgevallen
- Sommige voorvoegsels zijn altijd onscheidbaar (be-, ver-, er-, enz.).
- Sommige werkwoorden kunnen zowel scheidbaar als onscheidbaar zijn, met een andere betekenis (bijv. umfahren).