Taal
Duits
Niveau
A2
Eenheid
Verben und Verbformen
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Modale werkwoorden in het Duits zijn speciale werkwoorden waarmee je mogelijkheid, toestemming, verplichting, wens of noodzaak uitdrukt. Ze worden gebruikt met een ander werkwoord in de infinitief.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik modale werkwoorden om aan te geven wat je kunt, moet, wilt, mag of zou willen doen in het Duits. Ze helpen om wensen, verplichtingen, toestemmingen en mogelijkheden uit te drukken.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Ich kann Deutsch sprechen.

Nederlands: Ik kan Duits spreken.

Du musst heute arbeiten.

Nederlands: Jij moet vandaag werken.

Wir dürfen hier nicht rauchen.

Nederlands: Wij mogen hier niet roken.

Er möchte ein Eis essen.

Nederlands: Hij zou graag een ijsje willen eten.

Ihr sollt leise sein.

Nederlands: Jullie moeten stil zijn.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen