Taal
Frans
Niveau
B1
Eenheid
Temps et modes verbaux
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het plus-que-parfait is een Franse verleden tijd die je gebruikt om aan te geven dat iets al was gebeurd vóór een andere gebeurtenis in het verleden.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik het plus-que-parfait om te praten over iets dat al had plaatsgevonden voordat er iets anders gebeurde in het verleden.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

J'avais déjà fini mes devoirs quand il est arrivé.

Nederlands: Ik had mijn huiswerk al af toen hij aankwam.

Elle était partie avant que je sois arrivé.

Nederlands: Zij was vertrokken voordat ik aankwam.

Nous avions vu ce film avant.

Nederlands: We hadden deze film al gezien.

Ils avaient oublié leurs clés.

Nederlands: Zij waren hun sleutels vergeten.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen