Taal
Frans
Niveau
B1
Eenheid
Temps et modes verbaux
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het 'passé composé' is een Franse verleden tijd die wordt gebruikt om afgeronde handelingen of gebeurtenissen in het verleden te beschrijven.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik de passé composé om te praten over acties die één keer of een specifiek aantal keren in het verleden zijn gebeurd, of gebeurtenissen die zijn afgerond.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

J'ai visité Paris.

Nederlands: Ik heb Parijs bezocht.

Elle a fini ses devoirs.

Nederlands: Zij heeft haar huiswerk afgemaakt.

Nous sommes arrivés à l'heure.

Nederlands: Wij zijn op tijd aangekomen.

Ils ont regardé un film.

Nederlands: Zij hebben een film gekeken.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen