- Taal
- Frans
- Niveau
- B1
- Eenheid
- Temps et modes verbaux
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
De imparfait is een Franse verleden tijd die je gebruikt om gewoontes, beschrijvingen of situaties uit het verleden te vertellen.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik de imparfait om herhalende of voortdurende handelingen in het verleden te beschrijven, om achtergrondinformatie te geven, of wanneer iets aan de gang was toen er iets anders gebeurde.
Belangrijke vormen
- Neem de 'nous'-vorm van de tegenwoordige tijd, haal '-ons' eraf, en voeg toe: -ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient.
- Voorbeeld: aller → nous allons → j'allais, tu allais, il/elle allait, nous allions, vous alliez, ils/elles allaient
Voorbeelden
Je faisais mes devoirs chaque soir.
Nederlands: Ik maakte elke avond mijn huiswerk.
Il lisait quand tu es arrivé.
Nederlands: Hij was aan het lezen toen jij aankwam.
Nous étions heureux ensemble.
Nederlands: Wij waren samen gelukkig.
Les oiseaux chantaient le matin.
Nederlands: De vogels zongen 's ochtends.
Tips
- Gebruik de imparfait niet voor korte, afgeronde acties. Daarvoor gebruik je het passé composé.
- Signaalwoorden als 'toujours', 'souvent', 'chaque jour' wijzen vaak op de imparfait.
- Het werkwoord 'être' is onregelmatig: j'étais, tu étais, enz.
Uitzonderingen en randgevallen
- Het werkwoord 'être' heeft een onregelmatige stam: ét- (j'étais, tu étais, enz.).
- Bij werkwoorden als 'manger' komt er soms een extra 'e' bij: nous mangions, vous mangiez.