Taal
Frans
Niveau
B1
Eenheid
Temps et modes verbaux
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het 'présent de l'indicatif' is de Franse tegenwoordige tijd. Hiermee beschrijf je wat nu gebeurt, gewoontes of algemene waarheden.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik het présent de l'indicatif om te praten over wat nu gebeurt, over gewoontes of over feiten die altijd waar zijn.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Je mange une pomme.

Nederlands: Ik eet een appel.

Nous allons à l'école.

Nederlands: Wij gaan naar school.

Il travaille tous les jours.

Nederlands: Hij werkt elke dag.

Tu finis tes devoirs.

Nederlands: Jij maakt je huiswerk af.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen