- Taal
- Frans
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Pronoms
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Reflexieve voornaamwoorden in het Frans (les pronoms réfléchis) worden gebruikt wanneer het onderwerp en het voorwerp van de handeling dezelfde persoon zijn. Ze geven aan dat iemand iets met zichzelf doet.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik reflexieve voornaamwoorden in het Frans bij reflexieve werkwoorden, vaak voor dagelijkse routines of handelingen die je bij jezelf uitvoert, zoals jezelf wassen, opstaan of aankleden.
Belangrijke vormen
- me (je me lave)
- te (tu te lèves)
- se (il/elle/on se couche)
- nous (nous nous amusons)
- vous (vous vous préparez)
- se (ils/elles se réveillent)
Voorbeelden
Je me lave le matin.
Nederlands: Ik was me ’s ochtends.
Tu te réveilles tôt.
Nederlands: Jij wordt vroeg wakker.
Il se couche à dix heures.
Nederlands: Hij gaat om tien uur naar bed.
Nous nous amusons à la fête.
Nederlands: Wij hebben plezier op het feest.
Elles se maquillent.
Nederlands: Zij maken zich op.
Tips
- Het reflexieve voornaamwoord staat altijd vóór het werkwoord.
- In ontkennende zinnen blijft het reflexieve voornaamwoord bij het werkwoord binnen 'ne...pas'.
- Sommige werkwoorden veranderen van betekenis met een reflexief voornaamwoord.
Uitzonderingen en randgevallen
- Bij lichaamsdelen gebruik je het bepaald lidwoord (le, la, les) in plaats van een bezittelijk voornaamwoord.
- Sommige werkwoorden zijn altijd reflexief in het Frans, ook als dat in het Nederlands niet zo is.
Verder verkennen
Vorige
les pronoms objets directs et indirects (me, te, le, la, lui, leur, nous, vous, les)
A2 · Pronoms
Volgende
les pronoms interrogatifs simples (qui, que, quoi)
A2 · Pronoms