- Taal
- Frans
- Niveau
- A2
- Eenheid
- Pronoms
- Oefentypen
- 0
Wat dit grammaticapunt behandelt
Simpele Franse vragende voornaamwoorden (qui, que, quoi) zijn woorden om vragen te stellen over mensen of dingen.
Wanneer je het gebruikt
Gebruik deze voornaamwoorden om te vragen wie iets doet, wie iemand is of wat iets is. 'Qui' gebruik je voor mensen, 'que' voor dingen aan het begin van een vraag en 'quoi' voor dingen na een voorzetsel of aan het einde.
Belangrijke vormen
- Qui: om naar een persoon te vragen (onderwerp of lijdend voorwerp)
- Que: om naar een ding te vragen (lijdend voorwerp, aan het begin van de vraag)
- Quoi: om naar een ding te vragen, meestal na een voorzetsel of aan het einde van de vraag
Voorbeelden
Qui est là ?
Nederlands: Wie is daar?
Que fais-tu ?
Nederlands: Wat doe jij?
Tu veux quoi ?
Nederlands: Wat wil je?
À qui parles-tu ?
Nederlands: Met wie praat je?
De quoi parlez-vous ?
Nederlands: Waarover praten jullie?
Tips
- Gebruik 'qui' alleen voor mensen.
- 'Que' staat aan het begin van de vraag, niet aan het einde.
- 'Quoi' komt meestal na een voorzetsel of aan het einde van de vraag.
Uitzonderingen en randgevallen
- 'Que' wordt 'qu'' voor een klinker of een stomme 'h' (bijvoorbeeld: Qu’est-ce que...).