Je le vois.
Nederlands: Ik zie hem/het.
Grammaticapagina
Frans-grammaticapagina op niveau A2 over les pronoms objets directs et indirects (me, te, le, la, lui, leur, nous, vous, les), met regeluitleg, voorbeelden en oefencontext uit SmartWords.
Directe en indirecte voornaamwoorden in het Frans (me, te, le, la, lui, leur, nous, vous, les) zijn korte woordjes die personen of dingen vervangen om herhaling te voorkomen. Ze geven aan wie of wat de actie van het werkwoord ontvangt.
Gebruik deze voornaamwoorden in het Frans als je niet steeds dezelfde naam van een persoon of ding wilt herhalen die het werkwoord ontvangt. Directe objectvoornaamwoorden gebruik je zonder voorzetsel, indirecte meestal bij werkwoorden met 'à' (aan).
Je le vois.
Nederlands: Ik zie hem/het.
Elle me parle.
Nederlands: Zij praat met mij.
Nous leur donnons un cadeau.
Nederlands: Wij geven hun een cadeau.
Tu nous invites ?
Nederlands: Nodig je ons uit?
Il la connaît.
Nederlands: Hij kent haar.