Taal
Frans
Niveau
A2
Eenheid
Verbes et temps verbaux
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Het passé composé is een Franse verleden tijd die je gebruikt om afgeronde handelingen te beschrijven. Je maakt het met een hulpwerkwoord (avoir of être) en het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik het passé composé voor acties die in het verleden zijn begonnen én afgelopen, bijvoorbeeld gisteren of vorige week.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

J'ai fini mes devoirs.

Nederlands: Ik heb mijn huiswerk afgemaakt.

Tu as regardé le film.

Nederlands: Jij hebt de film gekeken.

Elle est arrivée à l'heure.

Nederlands: Zij is op tijd aangekomen.

Nous sommes partis tôt.

Nederlands: Wij zijn vroeg vertrokken.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen