Je mangeais une pomme.
Nederlands: Ik at een appel.
De imparfait is een Franse verleden tijd. Je gebruikt deze tijd voor gewoontes, beschrijvingen of situaties die in het verleden aan de gang waren.
Gebruik de imparfait voor gewoontes, herhaalde acties, beschrijvingen of achtergrondinformatie in het verleden.
Je mangeais une pomme.
Nederlands: Ik at een appel.
Nous regardions la télévision tous les soirs.
Nederlands: Wij keken elke avond tv.
Il faisait froid.
Nederlands: Het was koud.
Vous jouiez dans le jardin.
Nederlands: Jullie speelden in de tuin.