Taal
Frans
Niveau
A1
Eenheid
Prépositions et adverbes
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Plaatsvoorzetsels in het Frans geven aan waar iemand of iets zich bevindt.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voorzetsels in het Frans om aan te geven waar mensen of dingen zijn, bijvoorbeeld om antwoord te geven op vragen als 'Waar is het?'.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Le livre est sur la table.

Nederlands: Het boek ligt op de tafel.

Je suis dans la voiture.

Nederlands: Ik ben in de auto.

Le chat est sous la chaise.

Nederlands: De kat is onder de stoel.

Nous sommes devant l'école.

Nederlands: Wij staan voor de school.

Elle habite près du parc.

Nederlands: Zij woont dichtbij het park.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen