Taal
Frans
Niveau
A1
Eenheid
Prépositions et adverbes
Oefentypen
0

Wat dit grammaticapunt behandelt

Tijdspreposities in het Frans zijn korte woordjes zoals 'à', 'en' of 'depuis' om te zeggen wanneer iets gebeurt.

Wanneer je het gebruikt

Gebruik deze voorzetsels om een tijdstip, een duur, een beginpunt of een herhaling in de tijd aan te geven.

Belangrijke vormen

Voorbeelden

Je vais à la piscine à 17 heures.

Nederlands: Ik ga om 17 uur naar het zwembad.

Nous partons en octobre.

Nederlands: We vertrekken in oktober.

Le mardi, je fais du vélo.

Nederlands: Op dinsdag fiets ik.

Je travaille ici depuis 2012.

Nederlands: Ik werk hier sinds 2012.

Il joue pendant une demi-heure.

Nederlands: Hij speelt een half uur.

Tips

Uitzonderingen en randgevallen

Verder verkennen