I wish I could speak English better.
Nederlands: Ik wou dat ik beter Engels kon spreken.
‘Wish’ en ‘if only’ zijn Engelse uitdrukkingen om te praten over dingen die je graag anders zou willen, of waar je spijt van hebt, in het verleden, heden of de toekomst.
Gebruik ‘wish’ en ‘if only’ om spijt uit te drukken, om te praten over onmogelijke wensen of denkbeeldige situaties, of om aan te geven dat je wilt dat iets verandert.
I wish I could speak English better.
Nederlands: Ik wou dat ik beter Engels kon spreken.
If only I had finished my homework.
Nederlands: Was ik maar klaar met mijn huiswerk.
I wish it would stop raining.
Nederlands: Ik hoop dat het ophoudt met regenen.
If only I knew her name.
Nederlands: Was het maar zo dat ik haar naam wist.